Hoe beleven vaders het vaderschap? Er is niets leuker dan de verhalen van medevaders te ontdekken en van elkaar te leren. Vanaf januari 2025 geeft columnist Armand Sağ elke vrijdag een inkijkje in zijn leven en zijn ervaringen als vader. Ook reflecteert hij op de rol en positie van vaders in onze samenleving. Deze keer schrijft Armand over de bij vlagen scherpe vragen van zijn kinderen. Die hij vervolgens zo goed mogelijk probeert te beantwoorden. En dat is niet altijd even eenvoudig.
Gesprekken met mijn kinderen zijn de meest filosofische die ik ooit heb gevoerd. Onlangs reed ik met hen in onze vaste opstelling: ik achter het stuur, mijn dochter in haar rode kinderzitje naast me, en ons beschermengeltje – mijn zoontje – in zijn groene Maxi-Cosi achterin, luidkeels bevelen roepend. Terwijl ik van achter hoor hoe mijn (slechts tweejarige) zoontje mij streng instrueert mijn handen aan het stuur te houden, duikt er plots een blauwe Albert Heijn-vrachtwagen voor ons op.
Lange ij of korte ei?
Uit het niets komt de vraag die me al dagen – nee, weken – wakker houdt: “Baba, schrijf je Albert Heijn met een lange ij of een korte ei?” Zonder twijfel zeg ik: “Met een korte ei.” Maar een seconde later begin ik te stamelen: “Of nee, toch een lange ij… Wacht… Baba weet het eigenlijk niet.”
Daar zat ik dan, amper begonnen aan mijn carrière als alwetende vader (lees: baba), en ik moest nu al toegeven dat ik iets niet wist. Tot op de dag van vandaag heb ik het nog niet kunnen uitvogelen. Mijn dochter was minstens zo verbaasd: “Waarom weet je dat niet, baba?” Tja, waarom weet ik dat eigenlijk niet? En waarom schrijven we inderdaad niet gewoon ‘Hijn’ of ‘Hein’? Waarom hebben we een dubbele overlap van klinkers? Mijn hele opleiding tot taalpurist blijkt een leugen te zijn geweest.
Grote vragen, kleine vragen
Wat was het nut van al die jaren ploeteren aan de universiteit, worstelend met mijn proefschrift? Waarom schrijven we ‘Heijn’ zoals we dat doen? Welk deel van het woord maakt de ij/ei-klank? Wat is het nut van die extra klinker? Volkomen in gedachten verzonken rijd ik verder, nog steeds achter die vervloekte blauwe AH-vrachtwagen, terwijl de letters ‘Albert Heijn’ me blijven achtervolgen. Wat moet mijn dochter nu wel niet van me denken? En mijn zoontje – die al verdacht lang stil is – heeft hij nu ook zijn vertrouwen in mij als alwetende baba verloren?
Papa weet alles, toch?
Het zweet breekt me uit. Denk na, Armand! Dit moet je weten! Is het een korte ei of een lange ij? Kom op, Armand, focus! Poeh, nu al kan ik de vragen van mijn kinderen niet beantwoorden. Wat ben ik toch een waardeloze vader, bijt ik mezelf streng toe. Stiekem kijk ik opzij, in de verwachting boze blikken te treffen omdat ik faalde als vraagbaak. Maar nee. Ze staren gefascineerd naar een gele bulldozer op een heuvel van grind.
“Baba, waarom zijn bulldozers altijd geel?”
De schatten zijn de Albert Heijn-vraag alweer vergeten, maar verdorie, alweer een diepe vraag waar ik geen antwoord op heb! Mijn enige geluk is dat jonge kinderen het concentratievermogen van een puppy hebben. De bulldozer-vraag verdwijnt even snel als hij kwam, zodra een blauwe pick-uptruck voorbijrijdt. Nu alleen ik nog.
Tot op de dag van vandaag lig ik wakker van de vraag of Albert Heijn nu met een korte ei of een lange ij wordt geschreven. En voeg daar meteen maar aan toe waarom bulldozers bijna altijd geel zijn. Mocht iemand het antwoord weten: je mag me dag en nacht bellen.